Bart Eigeman: een steengoede bundel. Op z’n Brabants: keigoed!

Openingstoespraak bij de presentatie van Stenen in het hoofd van Chris Huinder.

Echtheid
Sommige verhalen in de bundel ‘Stenen in het hoofd’ schreeuwen om een boek. Het verhaal ‘Op campagne’ stopt als ik meer wil weten. Het verhaal ‘Jeugdliefde’ voldoet aan het motto dat je meegeeft: “Wij zijn slechts momenten van een opsomming van mogelijke geschiedenissen.”
Ik wil méér weten van die geschiedenis van Zlatan en Leny…..
Dus Chris, de verhalenbundel is steen goed. Dus wil ik ook weer een boek van jouw hand.

Ik wil bij deze presentatie van ‘Stenen in het hoofd’ iets zeggen over wat mij in de verhalen van Chris Huinder trekt. Citaat ui zijn eerdere roman ‘De verloren jaren van Martin MCGrew’:
“Ik ben zo blij dat je op mijn hele reis naar mijn verleden mee bent geweest. Ik ben blij dat je er bent. Laat ik de overtuiging hebben dat ik je geen verdriet zal doen. En als dat een illusie blijkt te zijn, laten we elkaar dan liefhebben.”
Daar was ik gebleven. De slotzinnen uit De verloren jaren van Martin McGrew.
De zoektocht naar wat we als verloren beschouwen, brengt ons soms in verbinding met waar het echt om gaat.

Ik pak de draad op in het lezen van de verhalen van Chris Huinder: Stenen in het hoofd.
Ik lees een paar zinnen, want meer heb ik niet om uit te leggen wat mij trekt. Ik word naar binnen getrokken door zinnen als:
“We zijn in de bar helemaal de meiden vergeten. En ook Eef onze Griekse verzetsheld.”
(Uit: De sprong in het diepe.)
“Als mannen kussen ze stil haar schrale wangen. Als jongetjes kijken ze toe….”
(Uit: Voor de goede zaak.)
“ Ik heb het niet koud. Ik ben de kou zelf.”
(Uit: Jeugdliefde.)

Wat gebeurt er met mij als ik dat lees? Is het herkenning? Ook. Het is meer dan dat.  Ik word, ik ben, onderdeel van relaties tussen mensen.
Het is niet de schoonheid van poëtische zinnen die mij naar binnen trekt. Ik lees één van de vele schone zinnen voor: “alsof het drukverschil van de schoenveters een kind was dat als eerste uit zijn vlammende lichaam gered diende te worden.”
Het is ook niet echt het engagement dat mij naar binnen trekt. Engagement dat in bijna alle verhalen wel terug te vinden is: van de strijd in Indonesië langs het verzet tegen dictaturen in Portugal en Griekenland, tot aan de hoop rond Obama. Mensen tonen zich niet onverschillig in de verhalen van Chris. Ze laten zich bewegen door idealen. Maar de strijd voor idealen is een decor voor wat zich tussen de decorstukken afspeelt.
“Hij had nooit afscheid van haar kunnen nemen. Hij had nooit afscheid van haar willen nemen.” (Uit: Het zusje van de dirigent)
Wat mij trekt in deze verhalen is het heen en weer tussen niet willen en wel kunnen, tussen wel willen en niet kunnen. Wat mij in de verhalen trekt is dat in de levens van mensen een onzekere echtheid doorklinkt. Niet groots, wel broos.
Een zinnetje uit “De verloren jaren van Martin McGrew” echoot: “Mum, don’t you miss me? Where are you now?” Hoe dichterbij in de relatie – vrienden, geliefde, zusje, vader, moeder –  hoe vreemder soms, hoe verder weg van elkaar, hoe groter de pijn van echtheid.
Echtheid dus. Niet een zekere echtheid. Een onzekere echtheid.

De discussie over echtheid is actueel in het Jeroen Boschjaar. Welke schilderijen zijn echt en welke niet?  De Keisnijding, de Kruisdraging, de 7 hoofdzonden, zijn ze wel of niet echt? Het mes van de feiten snijdt stenen uit het hoofd van de magie die de werken van Bosch tot ons brengen. Prado en Noord Brabants museum hebben ruzie.  De feiten gaan boven de relaties.
Zal ik u eens wat zeggen?
De verhalen van Chris Huinder zijn nodig om deze belachelijke vertoning te ontmaskeren.
Wat mij betreft kunnen we zeggen: de spelers in de ruzie tussen Prado en JB-onderzoeksteam hebben Stenen in hun hoofd. ‘Kaoikens in de kop’. Dat is goed Brabants voor: “niet bij het verstand zijn”.
Ik kan het anders zeggen: de kramp om vast te houden aan de feiten is de dood van de betekenis van de schilderijen. De echtheid zit niet in van wiens hand het echt is, Bosch of een leerling van Bosch. De echtheid zit in de ziel die maakt dat wij ons met de schilderijen kunnen verhouden. De gein is dus dat de discussie over echtheid van De Keisnijding gaat over welke stenen wij in het hoofd hebben. De uitkomst van de discussie tussen Prado en Noord Brabants museum over de echtheid van het schilderij de 7 hoofdzonden, is een illustratie van ijdelheid, hebzucht en afgunst.

Niet de feiten geven betekenis. Wel de relatie die daar, in alle tekort, soms, door heen breekt. Chris Huinder schrijft zo, dat ik de relatie aanga met jouw personages. Ik voel mij gezien in de broze zoektocht naar waar het echt om gaat.
Chris: een steen goede bundel. Op zijn Brabants: Kei goed!

20 februari 2016
Bart Eigeman

Naar boven